Aan het roer in de gezinszorg
- 59 minuten geleden
- 5 minuten om te lezen
Vrouwen in beslissende functies over hun werk, twijfels en drijfveren

8 maart is Internationale Vrouwendag. We vroegen enkele vrouwen in leidinggevende en beslissende functies binnen de gezinszorg hoe zij vandaag hun plek ervaren – eerlijk, zonder franjes.
KARIN VAN MOSSEVELDE (Algemeen directeur I i-mens)

Er werken veel vrouwen in de gezinszorg – maar wat zegt dat eigenlijk?
“Het zegt veel over hoe we als maatschappij naar zorg kijken. Zorg wordt nog altijd als iets ‘vrouwelijk’ gezien. Alsof vrouwen biologisch beter zouden zijn in een bed opmaken of een gesprek voeren. Daar verzet ik me tegen. Mannen kunnen even warm en zorgend zijn, en vrouwen even planmatig en beredeneerd. Mensen zijn individuen met eigen talenten. Dáár moeten we op inzetten. Tegelijk is het ook een kracht: al die vrouwen in de gezinszorg tonen elke dag hoeveel power er in deze sector zit.”
Heb je het gevoel dat vrouwen ook de beslissings- en leidinggevende functies in de sector bemannen?
“In de gezinszorg bekleden veel sterke vrouwen leidinggevende functies. Meer dan in veel andere sectoren bepalen vrouwen hier mee de koers van organisaties en van de zorg van morgen, die steeds vaker thuis zal plaatsvinden. Tegelijk blijft er werk, bijvoorbeeld op vlak van diversiteit. De leidinggevende niveaus zijn nog vaak minder divers dan de werkvloer.”
Wanneer voel jij je echt serieus genomen in je job – en wanneer niet?
“Als algemeen directeur moet je ruimte opeisen. Soms zit ik op overlegmomenten als enige vrouw tussen mannen in blauwe kostuums. Dan voel je wel de druk om je te bewijzen. Tegelijk krijg je sneller backlash als je op je strepen staat. Alsof vrouwen braaf moeten knikken. Die dubbele moraal aanvaard ik niet.”
Waar botsen vrouwen in de sector vandaag nog het hardst tegenaan?
“De grootste muren waar we tegenaan botsen gaan eigenlijk voorbij gender. Het gaat erom dat de gezinszorg als sector ernstig genomen wordt. Zorg aan huis is de toekomst, maar dat zie je nog niet altijd vertaald in beleid of samenwerking.”
Wat zou je anno 2026 als vrouw in deze sector níét meer willen moeten uitleggen?
“Ik wil eigenlijk niet meer gevraagd worden om iets ‘als vrouw’ uit te leggen. Onze sector staat voor grote uitdagingen en opportuniteiten. We hebben meer gezinszorg nodig, niet minder. En daarvoor hebben we vrouwen én mannen nodig.”
MIEKE RUYS (Algemeen directeur I Familiezorg)

Er werken veel vrouwen in de gezinszorg – maar wat zegt dat eigenlijk?
“Het toont dat zorg nog altijd sterk met vrouwen wordt geassocieerd. Dat beeld leeft nog steeds. Tegelijk betekent het ook dat vrouwen in deze sector een grote impact hebben. Ze dragen de sector en maken elke dag het verschil voor mensen die ondersteuning nodig hebben.”
Heb je het gevoel dat vrouwen ook de beslissings- en leidinggevende functies in de sector bemannen?
“Je ziet dat vrouwen zeker aanwezig zijn in leidinggevende rollen. Maar hoe hoger je in de hiërarchie kijkt, hoe dunner de vrouwelijke vertegenwoordiging wordt. Op dat vlak is er dus nog ruimte voor groei. Soms heb ik zelfs het gevoel dat de sector de laatste jaren opnieuw wat vermannelijkt.”
Wanneer voel jij je echt serieus genomen in je job – en wanneer niet?
“Wanneer mijn stem even zwaar weegt als die van anderen aan tafel, en wanneer mijn ervaring uit het werkveld wordt erkend als volwaardige expertise.”
Waar botsen vrouwen in de sector vandaag nog het hardst tegenaan?
“Binnen de sector zelf misschien minder, omdat vrouwen er sterk vertegenwoordigd zijn. Maar de sector als geheel wordt nog vaak onderschat.”
Wat zou je anno 2026 als vrouw in deze sector níét meer willen moeten uitleggen?
“De onderwaardering van onze sector. We doen essentieel werk dat nog te vaak als vanzelfsprekend wordt gezien.”
YOLANDA VAN DAELE (Algemeen directeur I Dienst voor Gezinszorg De Regenboog)

Er werken veel vrouwen in de gezinszorg – maar wat zegt dat eigenlijk?
“De traditionele rollenpatronen zijn nog altijd sterk aanwezig. Zorg wordt vaak spontaan met vrouwen geassocieerd. Dat zie je ook terug in de instroom in de sector.”
Heb je het gevoel dat vrouwen ook de beslissings- en leidinggevende functies in de sector bemannen?
“Op overlegmomenten zie ik steeds vaker vrouwen in leidinggevende functies. De vertegenwoordiging groeit dus wel.”
Wanneer voel jij je echt serieus genomen in je job – en wanneer niet?
“Ik voel mij in mijn huidige functie zeker serieus genomen. Er is vertrouwen en respect voor mijn rol.”
Waar botsen vrouwen in de sector vandaag nog het hardst tegenaan?
“De balans tussen werk en privé blijft een belangrijke uitdaging.”
Wat zou je anno 2026 als vrouw in deze sector níét meer willen moeten uitleggen?
“Vandaag heb ik niet het gevoel dat ik nog veel moet uitleggen omdat ik een vrouw ben.”
MARLEEN VANHEES (Algemeen Directeur I Ferm Thuiszorg)

Er werken veel vrouwen in de gezinszorg – maar wat zegt dat eigenlijk?
“Ik denk dat dit historisch zo gegroeid is. Zorg en ondersteuning werden lange tijd gezien als een typische vrouwenrol. Dat beeld werkt vandaag nog altijd door.”
Heb je het gevoel dat vrouwen ook de beslissings- en leidinggevende functies in de sector bemannen?
“In onze organisatie is dat zeker het geval. Vrouwen nemen duidelijk hun plaats op in leidinggevende rollen tot op de hoogste niveaus.”
Wanneer voel jij je echt serieus genomen in je job – en wanneer niet?
“Ik heb eigenlijk nooit het gevoel gehad dat ik niet serieus genomen werd.”
Waar botsen vrouwen in de sector vandaag nog het hardst tegenaan?
“De combinatie werk en gezin blijft soms moeilijk. Gelukkig zijn er heel wat mogelijkheden tot flexibiliteit binnen de gezinszorg.”
Wat zou je anno 2026 als vrouw in deze sector níét meer willen moeten uitleggen?
“De dingen waarvan ik denk dat ik ze niet meer wil uitleggen, gaan eigenlijk niet specifiek over vrouw zijn.”
ANN DEMEULEMEESTER (Afgevaardigd Bestuurder I Familiehulp)

Er werken veel vrouwen in de gezinszorg – maar wat zegt dat eigenlijk?
“Zorgberoepen worden nog altijd in hoofdzaak door vrouwen opgenomen. Ze lijken voor mannen minder aantrekkelijk, behalve wanneer het gaat om medische beroepen zoals arts, die vaak als zelfstandige worden uitgeoefend. Daarnaast zoeken vrouwen nog te vaak een job die combineerbaar is met het gezin, waarvoor ze meestal zelf de hoofdverantwoordelijkheid opnemen. Dat vertaalt zich ook in het grote aandeel deeltijds werk.”
Heb je het gevoel dat vrouwen ook de beslissings- en leidinggevende functies in de sector bemannen?
“Dat is geen gevoel, maar een feit: je vindt meer mannen in die posities. Het bekende ‘glazen plafond’ speelt daar mogelijk nog een rol. Misschien is er soms ook minder ambitie bij vrouwen of liggen er andere prioriteiten, bijvoorbeeld door verantwoordelijkheden thuis. Maar mogelijk spelen ook andere factoren mee, zoals kansen bij sollicitaties. Daarover zouden eigenlijk meer cijfers moeten bestaan.”
Wanneer voel jij je echt serieus genomen in je job – en wanneer niet?
“Voor mij is dat eigenlijk niet gendergebonden. Ik heb grotendeels in een mannenomgeving gewerkt. Sommige mannen maken wel eens seksistische opmerkingen of negeren de tussenkomsten van vrouwen, maar in onze sector valt dat gelukkig goed mee.”
Waar botsen vrouwen in de sector vandaag nog het hardst tegenaan?
“Soms botsen vrouwen ook op hun eigen neiging om zich weg te cijferen, risico’s te mijden of zich minder uit te spreken. Tegelijk speelt de context thuis vaak mee. Bij basiswerkers zie je dat partners soms minder ruimte laten voor professionele ambities en dat de gezinstaken ongelijk verdeeld blijven. Bij bedienden ligt dat vaak anders. Zelf heb ik altijd veel steun gekregen van mijn partner, die halftijds huisman was terwijl ik carrière maakte.”
Wat zou je anno 2026 als vrouw in deze sector níét meer willen moeten uitleggen?
“Dat we ook bij de basismedewerkers graag meer mannen zouden tewerkstellen. Een betere genderbalans zou goed zijn voor de sector.”




Opmerkingen