#5VRAGENAAN: Denise Waelbers
- liesbeth32
- 15 minuten geleden
- 6 minuten om te lezen
Cliënt bij thuiszorg vleminckveld
Gezinszorg draait om mensen. Mensen met een verhaal. En soms ontmoet je iemand bij wie dat verhaal zó rijk is, dat je bijna vergeet dat je gewoon in een appartementsgebouw in Mortsel staat – en niet in een hoofdstuk uit de geschiedenis.

Denise Waelbers is 110 jaar en officieel de oudste Belg. Ze werd geboren in 1915 in Lommel, groeide op in Kerkhoven en woont sinds de jaren vijftig in het Antwerpse Mortsel.
Denise hoort en ziet minder goed, dus woorden komen trager en spaarzamer. Maar wie de tijd neemt om écht te luisteren, merkt het meteen: achter haar korte antwoorden zit een vrouw met een ijzersterke wil. Een vrouw die altijd haar eigen pad koos. Die zich nooit liet vertellen wat ‘hoorde’. Van de eerste vrouw met een broek in haar omgeving tot een zelfstandige onderneemster: Denise deed wat ze wilde. En vandaag wil ze vooral nog één ding: thuis blijven wonen. Niet uit koppigheid, maar omdat zelfstandigheid altijd haar tweede natuur is geweest.
Thuis, in haar vertrouwde omgeving, blijft ze Denise: onafhankelijk, fier en vrij. En dat kan, dankzij de liefdevolle aanwezigheid van buurvrouw en mantelzorger Monique (77), én dankzij de drie vaste verzorgenden van thuiszorg vleminckveld. Zij zorgen mee voor de kleine dingen die alles betekenen: structuur, veiligheid, een babbel, een helpende hand.
We stelden Denise vijf vragen – over haar leven, haar zelfstandigheid en over wat gezinszorg voor haar betekent.
1. Je bent nu 110 jaar. Hoe kijk je zelf naar die leeftijd?
Denise zit aan tafel. Het is een grijze dag, maar het licht vindt toch zijn weg naar binnen. Het raakt de gouden ‘110’-ballonnen aan het raam en werpt een warme gloed op haar gezicht.
De vraag wordt herhaald. Ietsje luider nu. Ze neemt haar tijd om te antwoorden. Maar eigenlijk kunnen we het al in haar ogen lezen: “Ik ben gewoon Denise.” Ze lijkt zelf niet zo bezig met dat grote getal. Voor anderen is 110 een record, een titel. Voor haar is het vooral: een leven.
Denise: “Ik heb veel meegemaakt.”
Monique – al vijftien jaar lang buurvrouw, mantelzorger en vertrouwenspersoon – zit erbij en helpt af en toe een woordje of een detail opvangen. Net als verzorgende Zita.
Het gaat over haar jeugd in Kerkhoven bij Lommel. Over thuis. Over haar ouders.
Denise: “Mijn moeder was directeur van de meisjesschool. En mijn vader van de jongensschool.”
Ze zegt het met trots. Alsof ze hen nog altijd een beetje wil eren. Monique knikt. Zij kent Denise al jaren en weet welke verhalen haar typeren.
Monique: “Zeg ook maar dat je altijd je eigen goesting deed.”
Denise kijkt even op. Dan komt het, alsof het niets is.
Denise: ““Ik was de eerste vrouw met een broek. Ik kreeg commentaar, maar ik trok mij daar niks van aan.”
Het is een zin die je meteen doet begrijpen wie ze is: iemand die nooit gewacht heeft tot anderen het goed vonden.

2. Je lijkt een heel onafhankelijke vrouw. Waar komt die drang naar vrijheid vandaan?
Misschien zit het in haar opvoeding. Denise groeide op in een gezin dat zijn tijd vooruit was. Eén van de eerste gezinnen in Limburg met een eigen auto: een Ford. En Denise reed er zelf mee rond in de jaren dertig, alsof dat de normaalste zaak van de wereld was.
Denise: “Op mijn 18de reed ik naar Parijs.”
In die tijd was dat ongezien. Maar Denise is nooit iemand geweest die zich liet tegenhouden door wat ‘hoort’. Ze deed wat ze zelf wou. Ook in de liefde. Aanzoeken waren er genoeg, maar ze wees mannen jarenlang af. Tot ze op haar 35ste Frank ontmoette – de liefde van haar leven.
Denise: “Ik hielp in de winkel van een vriendin in Antwerpen. Frank kwam onderbroeken kopen.”
Ze vond hem knap. Lang. En interessant. En zoals Denise dat altijd deed, gaf ze het lot een duwtje.
Denise: “Ik gaf hem expres een verkeerde maat mee. Dan moest hij wel terugkomen.”
En hij kwam terug. Ze trouwden. De bedoeling was dat Denise en Frank na hun huwelijk naar Amerika zouden verhuizen, maar …
Denise: “Dat mocht niet van mijn moeder.”
Denise haalt haar schouders op. Alsof ze even terugdenkt aan dat zeldzame moment waarop ze niet haar eigen zin kon doen. Ze lieten het niet aan hun hart komen en bouwden hun leven hier op. Eerst in Antwerpen, in een appartement aan het Koningin Astridplein.
Denise: “We woonden er boven een sekscinema.
Ze lacht ondeugend. Ook Monique schiet in de lach.
Monique: “Als haar familie op bezoek kwam, belden ze eerst. Dan konden ze op tijd de deur opendoen. Anders moesten ze wachten in de hal, tussen de nogal pikante filmposters.”
Het is zo’n detail dat haar leven tastbaar maakt. Niet groots en heroïsch, maar menselijk. Grappig. Echt.
Later runde Denise een groothandel in kippen, konijnen en hazen. Geen winkel, maar een opslagruimte met koelkasten. En de bestellingen? Die deed ze zelf.
Denise: “Met de auto.”
Daarmee reed ze trouwens tot haar 92ste.
Frank was 10 jaar ouder. Geboren in België, maar erna met zijn tante naar Amerika verhuisd. Hij werkte in de luchtvaart en kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog met het Amerikaanse leger terug naar Europa. Hij kreeg een ongeluk met een vliegtuig en hield er nierproblemen aan over. Hij kon daardoor ook geen kinderen krijgen. Denise vertelt het sober. Zonder bitterheid. Gewoon zoals het was.
Frank overleed in 1980. Denise was toen 65.
Denise: “Ik mis hem nog altijd.”
Levenslust typeert Denise. Zowel voor als na de dood van Frank. Ze reisde veel – vaak zonder hem, want hij had genoeg van het vliegen. Zij niet.
Denise: “Ik ging alleen. Of met vriendinnen.”
En opnieuw zie je het: die drang naar vrijheid zat nooit in haar leeftijd, maar in haar karakter. En dat karakter is er nog altijd.
3. Je woonde ook een tijdje in een woonzorgcentrum. Hoe was dat?
Hier verandert de sfeer. Omdat dit niet alleen over vroeger gaat, maar over nu. Over ouder worden. Over loslaten, zonder jezelf kwijt te raken. Vorig jaar moest Monique – die dag en nacht voor haar klaarstaat – geopereerd worden en daarna revalideren. En omdat Denise niet meer alleen kan blijven, was er even geen andere keuze.
Monique: “De familie besloot toen dat het tijd was dat Denise naar een rusthuis ging. Ik was het er niet volledig mee eens, maar er zat niets anders op.”
Denise: “Het was daar niet slecht … maar het was niets voor mij.”
Ze zegt het zonder verwijt. Het woonzorgcentrum deed wat het moest doen. Maar het voelde niet als leven. Niet als háár leven.
Denise: “Ik wou terug naar huis.”
En dat is misschien het meest Denise-achtige wat ze kan zeggen: zelfs op 110-jarige leeftijd blijft ze weten wat ze wil.
Monique glimlacht zacht.
Monique: “Gelukkig ben ik haar weer kunnen gaan ophalen.”
4. Waarom is thuis blijven wonen zo belangrijk voor jou?
Voor Denise is thuis geen adres. Het is haar stoel aan tafel. Het uitzicht door het raam. De stilte en de geluiden die ze al jaren kent. Een plek waar alles klopt, omdat het van haar is.
Denise: “Hier ben ik thuis.”
Meer hoeft ze eigenlijk niet te zeggen. Want het antwoord zat al vervat in alles wat ze ervoor vertelde: ze woonde jarenlang zelfstandig, ze reed tot haar 92ste met de auto, runde haar eigen zaak, reisde de wereld rond … Ze heeft altijd haar eigen weg gekozen – en precies daarom is haar wens vandaag zo helder: ook nu wil ze zélf blijven bepalen hoe haar dagen eruitzien.
Thuis blijven wonen betekent niet dat je alles alleen moet kunnen. Het betekent dat je mag blijven leven in je eigen omgeving, op je eigen tempo – met hulp waar nodig. Niet minder zelfstandig, wel ondersteund.
5. En die ondersteuning … wat doet gezinszorg concreet voor jou en voor Monique?
In het leven van Denise is gezinszorg geen ‘extraatje’. Het is een anker. Een geruststelling ook, zowel voor haar als voor Monique.
Er komen drie vaste verzorgenden van thuiszorg vleminckveld aan huis. Dagelijks. Ze helpen met het huishouden, maar uiteraard doen ze veel meer dan dat. Ze brengen structuur. Veiligheid. Nabijheid. Een babbel. Iemand die binnenkomt en even vraagt hoe het gaat – en die ook het antwoord wil horen. Monique glimlacht wanneer ze over hen praat.
Monique: “We komen goed overeen met de maskes.”
Denise knikt meteen mee.
Denise: “Ja… de maskes.”
En die band is belangrijk, want Denise kan niet meer alleen blijven.
Denise: “Ik kan niks meer alleen.”
Je hoort de pijn in die zin. Want ooit danste Denise nog op haar honderdste verjaardag. Monique haalt er een fotoalbum bij en toont beelden van toen: Denise in feeststemming, rechtop, tussen de mensen. Vandaag lukt dat niet meer. En dat weegt, op haar – een vrouw die altijd zélf de touwtjes in handen had.
Maar precies daarom is gezinszorg zo belangrijk. Niet om alles over te nemen. Wel om het leven thuis mogelijk te blijven maken. Om ervoor te zorgen dat Denise, ondanks haar kwetsbaarheid, toch kan blijven wonen waar ze zich het meest zichzelf voelt.
Ook voor Monique is het onmisbaar. Want mantelzorg is liefde, maar ook verantwoordelijkheid. Soms zwaar. Soms allesomvattend.
Vandaag kwam Monique iets later aan bij het interview. Niet omdat ze het vergat, maar omdat ze even snel een boodschap kon doen terwijl verzorgende Zita er was. Dat is gezinszorg ook: even ademruimte. Even kunnen loslaten. Weten dat Denise veilig is.




Opmerkingen